Opinie: Het Gaza-conflict – Ook de kerken kunnen bijdragen tot vrede

DOOR MARCEL POORTHUIS

De beelden van oorlog en geweld in Israël, Gaza en de Westbank houden de gemoederen elke dag bezig. Opvallend is de heftigheid waarmee ook groeperingen in Nederland elkaar bejegenen. Dikwijls gaat het om semantische kwesties: bepaalde woorden die juist wel of juist niet gebruikt mogen worden. Zo is het evident dat Israël zichzelf mag verdedigen tegen de brute, onmenselijke aanval van Hamas. In een debat met de Nederlandse Palestijn Suudi werd hem echter door de Joodse Ronit Palache voorgehouden dat hij ook na die erkenning niet mocht zeggen: “maar…”. Hij wilde benadrukken dat deze terroristische daad van Hamas een voorgeschiedenis had van onderdrukking en geweld jegens de Palestijnen in Gaza – maar dat werd weer als relativering van de gruweldaad van Hamas opgevat, wat het niet was. Het is het onvermijdelijk om in een analyse ook de voorgeschiedenis erbij te betrekken. We dienen het leed, zowel aan Joodse als aan Palestijnse zijde, te eerbiedigen en met empathie tegemoet te treden. Een analyse komt echter niet zomaar uit die pijn en verontwaardiging aan beide zijden voort, maar vraagt om enige distantie.

Hamas en Netanyahu: dezelfde agenda

Zoals ik het zie: Hamas en Netanyahu hebben al jaren dezelfde agenda. Die bestaat hieruit: geen enkel compromis, je niet inleven in de positie en het leed van de ander en geen poging doen tot een vredesregeling. Toegegeven, een vredesregeling kan mislukken, maar het verrassende van Netanyahu is dat hij nog nooit een vredesplan heeft geformuleerd. Netanyahu’s biograaf Anshel Pfeffer vermoedt hier invloed van de vader van Netanyahu, die al bij de oprichting van de staat Israël tegen welke verdeling dan ook was en zijn zoon als een schaduw heeft gevolgd. Feitelijk heeft Netanyahu dit standpunt ongewijzigd gelaten. Kennelijk heeft hij gedacht dat oppressie met af en toe een inval in Gaza (met veel minder slachtoffers aan Joodse dan aan Palestijnse kant), een adequaat antwoord kan zijn op terroristische aanslagen van Hamas. Minder welwillend zou je zelfs kunnen denken dat Hamas en Netanyahu elkaar versterken door af en toe gewelddadige acties uit te voeren: het gevolg is immers aan beide zijden een verharding van standpunten en wat de Palestijnen betreft, zeker de jongeren, een beweging richting Hamas. Dat verschaft Netanyahu weer een alibi om niet te onderhandelen, want met terroristen onderhandel je niet. “Zijn jullie 9-11 al vergeten?” En aldus wordt ook de Amerikaanse invloed geneutraliseerd.

Nu is echter de deksel van de hogedrukpan afgevlogen. Toch zal het resultaat wederom een versterking van Hamas zijn, want hoe kan men veronderstellen dat Palestijnen al die slachtoffers ongewroken zullen laten? Hamas is niet een gebouw dat vernietigd kan worden, maar een ideologie die telkens nieuwe leden zal recruteren na een gewelddadige actie van Israël. Een Israël dat zelf weer reageert op een terroristische actie van Hamas.

Ik hoor de lezer al zeggen: ‘dit is onoplosbaar’, maar dat is het niet, al vinden zowel Hamas als Netanyahu dat wel. Beiden zullen als onderhandelingspartners het veld moeten ruimen. Netanyahu heeft bij Israëli’s afgedaan, niet omdat zijn benadering van de Palestijnen zo inadequaat is, maar omdat hij zijn reputatie van mister Bitachon (veiligheid) niet heeft waargemaakt en al eerder anti-democratische maatregelen heeft getroffen om zijn eigen macht te consolideren. Het is zaak dat de Israëli’s zich weer serieus over het lot van de Palestijnen gaan buigen, niet langer onder leiding van Netanyahu.

Veel van het geweld is nu niet gericht op een betere toekomst (er is geen enkel zicht op een plan ‘wat te doen met de twee miljoen Palestijnen?’ als de rook is opgetrokken), maar is bedoeld om de smaad van gezichtsverlies uit te wissen. Een feitelijk wat primitieve reactie, maar met grote impact. Zo’n reactie vereist dat de tegenstander met nog meer geweld wordt beantwoord dan deze zelf heeft uitgeoefend, hoe barbaars dit ook al was. Ook hier weer een semantisch gevecht over de formulering: oorlogsmisdaad dan wel legitieme zelfverdediging.

De Palestijnse Autoriteit op de Westbank is verzwakt in aanzien omdat die nooit een succes heeft geboekt en jonge Palestijnen niets heeft te bieden. Dat moet veranderen: een nieuwe premier zal Hamas moeten negeren door met de Palestijnse Autoriteit te gaan onderhandelen. De kolonisten en talrijke steden op de Westbank zijn een formidabel obstakel voor elke vredesregeling. Israël heeft zich behoorlijk verslikt toen het in het verleden dacht dat die kolonisten wel een handige paramilitaire voorhoede zouden vormen. Nu zijn ze de zwaarste tegenstanders van elke vredesregeling.

Het probleem van dit perspectief is dat rechts van Netanyahu nog radicalere figuren zitten, die het liefst de Palestijnen zouden deporteren. Maar zowel Egypte als de Palestijnen zelf zien in dat dit een nieuwe Nakba zou betekenen. Alleen onderhandelingen in de bovengeschetste vorm kunnen een toekomst bieden, of dat nu tot één staat met Joden en Palestijnen dan wel twee staten zal leiden. De veiligheid van Israël zal in elk vredesplan absoluut gegarandeerd moeten worden, wellicht mede door internationaal toezicht, al is Israël niet happig op inmenging van buitenaf. De bewapening van de kolonisten zal door de politiek aan banden gelegd moeten worden, want die maakt het voor Israël alleen maar onveiliger en zal de Palestijnen op de Westbank ertoe brengen zich óók te bewapenen, al is dat verboden.

In Nederland

Tot slot nog een blik op ons eigen land en op de heftige discussies onder christenen, Joden en moslims. Men lijkt wel eens te vergeten dat het op de eerste plaats een politiek probleem betreft en niet een religieus probleem. Evangelicale anti-islam-gevoelens en de Christenen voor Israël-beweging lijden al schipbreuk op het feit dat Palestijnse christenen, wellicht de oudste christelijke gemeenschap, een integraal onderdeel van het Palestijnse volk uitmaakt. Palestijnse theologen maken ons land terecht dat verwijt.

De protestantse kerken hebben doorgaans een positieve houding jegens Israël en spreken zelfs van “onopgeefbaar verbonden”. Het is pijnlijk om te zien hoe deze gedachte zomaar overboord gezet wordt door critici in de kerk, onder de indruk van het gebeuren in Gaza. Zelfs valt te horen dat de staat Israël “er eigenlijk niet had moeten komen”! Een jammerlijk vergeten van onze eigen geschiedenis! Bovendien ziet dat standpunt impliciet de situatie als ‘onoplosbaar’ en versterkt daarmee zowel de lijn van Netanyahu als die van Hamas. Om het helder te stellen: de legitimiteit van de staat Israël staat voor mij buiten kijf en het ‘onopgeefbaar verbonden’ mag hierop betrekking hebben: dus op het Jodendom inclusief het leven als volk in een staat. Uiteraard betekent dat wel dat kritiek op de politiek van Israël te allen tijde mogelijk moet zijn! Daar ontbreekt het wel eens aan in protestantse kring. Zelfs wordt de kaart van antisemitisme wel wat te snel getrokken, waardoor iedere discussie bij voorbaat onmogelijk wordt.

Het zou wel eens kunnen zijn dat met name buiten Israël de initiatieven voor vrede een kans krijgen. Het Jodendom in de diaspora zal hiertoe een zekere schroom moeten afschudden, alsof je pas in het leger van Israël iets over de situatie zou mogen zeggen. Militairen zijn beslist niet altijd de beste politici en hun aureool herbergt eigen risico’s in zich. En dan: het slachtofferschap van de Shoah mag niet als alibi dienen om de Palestijnen blijvend als tweederangsburgers te behandelen, betoogt ook de Joodse therapeut Marc Braverman. Zich vastklampen aan slachtofferschap leidt uiteindelijk niet tot bevrijding en vernieuwing, stelt ook de voormalige opperrabbijn Jonathan Sacks. Het is opmerkelijk hoe deze zegslieden, Joden buiten de staat Israël, zulke delicate uitspraken durven te doen, die evenwel Israël kunnen helpen om wegen naar een nieuwe toekomst in te slaan.

Ook de kerken kunnen bijdragen tot vrede en mogen die vreselijke uitdrukking: ‘boter op het hoofd’ achter zich laten als een verkeerd alibi om maar niets te hoeven zeggen. Solidariteit met het Jodendom in Israël en solidariteit met de Palestijnen kunnen heel goed samen gaan: solidariteit wordt meer naarmate je er meer van uitdeelt!

 

Marcel Poorthuis
Hoogleraar Interreligieuze Dialoog

 

NieuwWij schrijft over hem:

Marcel J.H.M. Poorthuis (1955, Hilversum) studeerde theologie aan de Katholieke Theologische Universiteit (KTU) te Utrecht en muziek aan het conservatorium te Hilversum. Van 1982 tot 1992 werkte hij op het Secretariaat van de Katholieke Kerk in Nederland op het gebied van joods-christelijke betrekkingen. In 1992 promoveerde hij in Utrecht op de commentaren van de Frans-joodse filosoof Levinas op de Talmoed. Sinds 1992 is hij als universitair (hoofd-) docent verbonden aan de Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht, thans de Faculteit Katholieke Theologie (FKT) van de Tilburg University. In 2010 is hij benoemd tot hoogleraar aan diezelfde universiteit met als leeropdracht de dialoog tussen godsdiensten.

Zijn publicaties handelen over filosofie, rabbijnse literatuur en het vroege christendom en over de interreligieuze dialoog. Verder coördineert Poorthuis binnen de FKT het onderzoeksproject Relations between Judaism en Christianity, over de beeldvorming van het jodendom, het boeddhisme en de islam. Partners in dit project zijn de Bar Ilan University en het Schechter Institute in Israel, evenals de Protestantse Theologische Universiteit in Kampen. In het kader van dit project is een drieluik verschenen over de beeldvorming van de verschillende wereldreligies (jodendom, boeddhisme en islam). Hij is ook oprichter en mederedacteur van de internationale reeks Jewish and Christian Perspectives (Brill, Leiden Academic Publishers).

In 2017 verscheen zijn boek 25 Eeuwen Theologie.